Nooit lang uit mijn gedachten
Als mensen vragen: hee, hoe gaat het?
Zeg ik automatisch goed.
Ik doe gewoon de dingen
die elk normaal mens doet.
Maar in onbewaakte ogenblikken
is er opeens een scherp gemis,
een kortstondig verlangen
dat pijn doet als het over is.
Jij bent nooit lang uit mijn gedachten.
Als ik aardbeien eet of voor een brug moet wachten
en als ik ergens sta te tanken
of in een saai hotel moet overnachten,
hoef ik nooit speciaal aan jou te denken,
want je bent nooit lang uit mijn gedachten.
Als mensen zeggen: hee, hoe is het?
En wat doe je, heb je ‘t druk?
Knik ik ja en wek de indruk
van alledaags geluk.
Maar als ik sta te praten, dwaalt mijn aandacht
af naar ‘n merel of een mees
met bolle veren van de vrieskou,
waar jij me ooit een keer op wees.
Jij bent nooit lang uit mijn gedachten.
Als ik kerstkaarten schrijf of voor ‘n loket moet wachten,
als ik een vriend iets in zie schenken
of hartje winter droom van zomernachten,
hoef ik nooit speciaal aan jou te denken,
want je bent nooit lang uit mijn gedachten.
Ik maak me druk
en wind me op.
Alles als vanouds.
Ik doe weer mee,
ik speel het spel,
al zijn het vaak try-outs.
Ik probeer de draad weer op te nemen.
Maar jij bent nooit lang uit mijn gedachten.
Als ik aardappels bak of voor een brug moet wachten
en als ik ergens sta te tanken
of in een saai hotel moet overnachten,
hoef ik nooit speciaal aan jou te denken,
want je bent nooit lang uit mijn gedachten.
Rob Chrispijn
((((()))))
BeantwoordenVerwijderen